Etenstijd op een vlot
Hoe uitgehongerd moeten mensen zijn voor zij ertoe overgaan om hun soortgenoten op te eten? Een van de beroemdste en goed gedocumenteerde gevallen van kannibalisme uit honger, namelijk dat van de schipbreukelingen van de Medusa, geeft op deze vraag een verrassend antwoord. De ramp van de Medusa leeft in de herinnering voort door het schilderij […]" />
19-12-2014

Etenstijd op een vlot

Hoe uitgehongerd moeten mensen zijn voor zij ertoe overgaan om hun soortgenoten op te eten?
Een van de beroemdste en goed gedocumenteerde gevallen van kannibalisme uit honger, namelijk dat van de schipbreukelingen van de Medusa, geeft op deze vraag een verrassend antwoord.

De ramp van de Medusa leeft in de herinnering voort door het schilderij van Gericault, “Le radeau de la Méduse”, waarop wel de wanhoop en de waanzin in beeld zijn gebracht, die zich van de schipbreukelingen meester heeft gemaakt, maar niet de menseneterij; alleen op de voorstudies is daar iets van te zien.
Nauwelijks drie jaar na de schipbreuk zelf werd in 1819 een sensatie veroorzaakt toen het schilderij voor het eerst werd tentoongesteld.
Het was op 4 juli 1816, om drie uur ‘s middags, dat het Franse fregat La Méduse aan de grond liep onder de Afrikaanse kust. Het schip was niet alleen. Een paar dagen achter haar lagen 3 schepen op dezelfde koers, op weg naar Senegal. Er waren vierhonderd koppen aan boord, voornamelijk soldaten.
Toen het schip vast bleek te zitten gaf de kapitein order om een vlot te bouwen, groot genoeg om plaats te bieden aan tweehonderd man plus rantsoenen.
In de nacht van 4 op 5 juli stak een storm op, die de Medusa in tweeën brak. De volgende ochtend gaf de kapitein bevel het schip te verlaten, hoewel het vlot nog niet gereed was. Twintig meter lang en zeven meter breed was het en samengesteld uit onder andere de masten van het schip, aan elkaar gebonden met touw. Hierover was een soort vloer van planken gespijkerd. Honderdtweeëntwintig soldaten namen hierop plaats, plus drieëntwintig leden van de bemanning. De rest werd verdeeld over de reddingsboten, voor zeventien was geen ruimte en die bleven aan boord van het wrak.
De rantsoenen waren in de verwarring ongelijkmatig verdeeld over de verschillende vaartuigen, zij bevonden zich immers maar vijftien mijl uit de kust. De reddingsboten bereikten die voor het vallen van de avond. De hele nacht wachtten de opvarenden van het vlot op hun terugkeer. Tevergeefs.
De situatie was ernstig. De mensen zaten op elkaar gepakt en omdat het vlot onder hun gewicht dreigde te zinken was een groot deel van de leeftocht in zee gegooid. Wat over bleef was een zak met vijfentwintig pond kletsnatte scheepsbeschuit, zes vaten wijn en twee kleine vaten water.
Na de nachtelijke storm waren twintig man overboord gespoeld. Wie zich de volgende nacht er nog, in een nog hevigere storm, niet in slaagde zich ver van de rand van het vlot ergens aan vast te klampen was ten dode opgeschreven. Een aantal soldaten brak in die situatie de wijnvaten aan met een verschrikkelijke vechtpartij in het donker tot gevolg. Met bijlen, sabels, bajonetten en messen gingen ze elkaar te lijf. Vijfenzestig mensen waren omgekomen. Vrijwel iedereen was gewond en op één vat wijn na, was alles verdwenen.
De derde dag dat het vlot op zee dobberde deden zich de eerste gevallen van kannibalisme voor. “Zij die voor de dood gespaard waren in die rampzalige
nacht….wierpen zich op de dode lichamen waarmee het vlot bedekt was, en sneden ze aan moten die enkelen op hetzelfde moment verslonden….sommigen weigerden eerst het verschrikkelijke voedsel aan te raken, maar tenslotte, gevolg gevend aan een nood sterker dan menselijkheid, zagen wij in dit gruwelijke maal het enige betreurenswaardige middel om ons bestaan te rekken, en ik stelde voor, ik beken het, om deze bloedende ledematen te drogen te leggen teneinde de smaak ervan dragelijker te maken. Sommigen hadden niettemin nog de moed om de nuttiging ervan te weigeren, en hun werd een groter rantsoen wijn toegekend”. (Uit het verslag van Savigny, één van de overlevenden.)
Op de vierde dag – er waren nu nog achtenveertig mensen over – werd met buskruit en wrakhout vuur gemaakt, waarboven behalve vliegende vissen ook mensenvlees werd geroosterd.
Na zes dagen was het aantal overlevenden door honger, dorst, blootstelling aan de Afrikaanse zon en executies voor het stelen van wijn, geslonken tot achtentwintig zielen.
Hiervan waren er dertien er zo ernstig aan toe dat zij geen overlevingskansen hadden: “Na een langdurig overleg, besloten wij hen in zee te gooien….drie zeelui en een soldaat brachten deze taak ten uitvoer. Wij wendden onze ogen af en stortten bloedige tranen over het lot van deze ongelukkige schepselen:.
Op de ochtend van de 17de juli – de twaalfde dag – werd in de verte een schip waargenomen. De overlevenden schreeuwden, zwaaiden met lappen en trommelden op vaten, maar het schip verdween weer uit het zicht. Het is vermoedelijk dit moment dat door Gericault in beeld is gebracht.
Nadat iedereen de hoop had opgegeven, er waren al plannen gemaakt om wat zich op het vlot had afgespeeld voor het nageslacht in een plank te krassen en aan de mast te spijkeren, verscheen het schip opnieuw. De vijftien overlevenden werden aan boord genomen. Vijf van hen stierven alsnog korte tijd hierna.
Anderhalve eeuw na de tragedie van de Medusa heeft iemand het bewijs geleverd dat een schipbreukeling meer dan drie maanden kan overleven op niets dan rauwe vis, plankton gezeefd in zijn hemd, kleine hoeveelheden zeewater, en wat er verder aan regenwater valt.  Dit deed doctor Alain Bombard, die als vrijwillige schipbreukeling in 113 dagen de Atlantische Oceaan overstak in een rubberboot.

Arent Bruinsma.

Een Reactie for “Etenstijd op een vlot”


Laat een bericht achter

Meer in deze categorie

Oproep tot deelname
Oproep tot deelname

Centrum PS en Kopsalon roepen op tot deelname aan de aanstaande tentoonstelling: I NEVER PROMISED YOU A ROSE GARDEN [Read More]

Poëziefestival
Poëziefestival

Poëziefestival De Nieuwe Liefde Kom zaterdag 25 mei van 15.30-16.00 uur naar een bijzondere poëziemiddag in de [Read More]

Duo tentoonstelling ‘Colores con espíritu’
Duo tentoonstelling ‘Colores con espíritu’

Op zondag 3 maart start de duotentoonstelling ‘Colores con espíritu’ van Adelina Reyes en Marjan Borsjes. De [Read More]

Een Troostrijk Besef
Een Troostrijk Besef

Zondag 16 december was de opening van de tentoonstelling ‘EEN TROOSTRIJK BESEF’ door Stichting Kopsalon en Centrum [Read More]

Sinterklaas in de Kinkerstraat – het vervolg
Sinterklaas in de Kinkerstraat – het vervolg

Het boek van Sinterklaas is terecht! Zaterdag 1 december heeft Sinterklaas de Kinkerstraat bezocht. Op spectaculaire [Read More]